The Who - Quadrophenia

Een rockopera in optima forma

Quadrophenia is een rockopera van de Britse rockband The Who. Het is na Tommy de tweede rockopera van de hand van songwriter-gitarist Pete Townshend. Het album werd op 19 oktober 1973 uitgegeven. Voor veel mensen is Quadrophenia de grote onbekende. Tommy kent iedereen. En toch is vooor mij Quadrophenia het beste album dat The Who ooit gemaakt heeft. Waarom? Lees snel meer

Quadrophenia (voorkant album)

Het verhaal van Quadrophenia is eenvoudiger dan de titel doet vermoeden. De titel is namelijk een woordspeling op het Engelse woord voor schizofrenie (schizophrenia). Quadro staat in dit verband voor de vier verschillende persoonlijkheden van de hoofdpersoon Jimmy. Toeval of niet, The Who bestond ook uit vier bandleden. Elk bandlid stond symbool voor één van Jimmy's persoonlijkheden. Maar daarover later meer. Jimmy kijkt in deze rockopera terug op zijn leven, een leven als Engelse mod uit de vroege jaren zestig. Hij maakte deel uit van een jeugdcultuur waaraan hij sterk zijn identiteit probeerde te ontlenen.

Mods versus rockers

Mod is een afgeleide van het woord "modernist" en verwijst naar een subcultuur die in het Londen van de jaren vijftig opkwam. Midden jaren zestig bereikte deze subcultuur haar hoogtepunt. Oorspronkelijk werd een mod geassocieerd met moderne jazzmusici en hun fans. De latere variant uit Engeland had meer betrekking op jongeren die een sterke voorkeur hadden voor soul, Jamaicaanse ska, Britse beatmuziek en R&B. Bands als Small Faces, The Kinks, The Spencer Davis Group en The Who waren populair bij de mods. Verder hadden mods een sterk modebewustzijn, waarbij ze graag nette pakken droegen of de net in de mode geraakte jeans van Levi´s. Tenslotte waren er nog twee elementen die onlosmakelijk bij de mods hoorden: de scooter en de parka. Net als iedereen hadden de mods een vervoermiddel nodig. Brommers of motoren waren niet geschikt, want dan zou er alleen maar smeer en olie in hun sjeike kleding komen. De scooter was daarom ideaal. Scooters van mods werden vaak voorzien van accessoires zoals spiegels en allerlei lampen. De parka's droegen de mods ook met als reden om hun nette kleding te beschermen.

RAF roundel

Maar wat is een jongerencultuur zonder een tegenhanger, een uitdager. In Nederland had je de nozems, enigszins vergelijkbaar met de mods, die tegenover de Vetkuizen of Rockers stonden. De rockers waren in Engeland de grote tegenhangers van de mods. Rockers reden op motoren en droegen leer. De tegenstellingen tussen beide groepen werden uitvergroot en leidden na confrontaties tijdens een reeks vakantieweekends in een door de media gestuurde morele paniek. De rockers zagen de mods als verwijfde snobs die door kleding waren geobsedeerd. De rockers werden op hun beurt neergezet als primitief, sjofel, naïef en overdreven mannelijk. In mei 1964 kwam het tot confrontaties tussen mods en rockers. De BBC meldde dat mods en rockers gevangen werden gezet na rellen in Engelse badplaatsen zoals Margate, Brighton, Bournemouth en Clacton-on-Sea.

Het verhaal van de rockopera Quadrophenia

Het verhaal van Quadrophenia gaat over het leven van Jimmy, een Engelse mod uit de vroege jaren zestig. Het zal waarschijnlijk 64 of 65 zijn geweest, want ergens in het nummer Bell boy zingt hij "(...) I used to follow you back in sixty three". Het verhaal wordt vanuit zijn perspectief verteld. Het eerste deel gaat over de moeilijkheden en onzekerheden die Jimmy's leven parten spelen, inclusief kijkjes in zijn leven thuis, zijn baan, zijn psychoanalyse en zijn mislukte pogingen op een sociaal leven. In het tweede nummer The real me gooit Jimmy er meteen in dat hij psychische problemen heeft. Hij is bij zijn dokter en vraagt hem om een andere psychiater. Jimmy vertelt hem over zijn weekenden, maar de dokter verraadt niet wat hij denkt. "Can you see the real me, Doctor?" Thuisgekomen bij z'n moeder vraagt hij haar om hulp: "I'm crazy, ma, help me!" Zij weet maar al te goed wat Jimmy scheelt, "'cause it runs in the family." Het is duidelijk dat Jimmy geestesziek is. Door de vraag "can you see the real me?" weet je dat hij een persoonlijkheidsstoornis heeft. Door de titel wisten we al dat hij schizofreen is. Oh nee, hij is quadrofeen. In het vierde nummer Cut my hair leren we Jimmy en zijn zoektocht naar "the real Jimmy" beter kennen. Het is duidelijk dat hij ergens bij wil horen. Als hij niet met de mode meegaat, zal hij verstoten worden. Daarom knipt hij zijn haar kort, en koopt een mooi pak. En toch blijft er dat onzekere gevoel aan hem knagen. Waarom moet ik met de massa mee, als de jongeren me nauwelijks zien staan? Ik werk mezelf dood om erbij te horen, maar van binnen ben ik dezelfde ik. Tot overmaat van ramp vindt zijn moeder een "box of blues" (=drugs) op zijn kamer. Hij is bang dat ze hem er niet lang meer laten wonen. In het zesde nummer I'm one leren we dat Jimmy gitaar speelt op een Gibson en erbij probeert te zingen. Zonder al teveel succes overigens: "Fingers so clumsy, voice too loud". Veel beter gaat het Jimmy niet af in zijn baantjes. Lied zeven The dirty jobs zegt in de titel al genoeg. Het culmineert allemaal tot een grote brok frustratie wat tot uitbarsting komt in het tiende nummer I've had enough.

I've had enough of dancehalls,
I've had enough of pills,
I've had enough of streetfights,
I've seen my share of kills,
I'm finished with the fashions,
And acting like I'm tough,
I'm bored with hate and passion,
I've had enough of trying to love.
Quadrophenia (achterzijde album)

Kort daarop besluit Jimmy de trein naar de kust te nemen. Het elfde nummer 5:15 verbeeldt de vertrektijd van de trein naar Brighton. Aan boord van die trein is hij ontzettend high: "out of my brain on the five fifteen".

Tijdens zijn verblijf aan het strand in Brighton vertelt hij in Sea and sand (12e nummer) hoe zijn ouders hem uit huis hadden gezet. Jimmy lijkt zich vervolgens prettig te voelen op het strand. Maar dan komt hij een voormalige ace face (leider-Mod) tegen, waar hij tegenop kijkt. Maar de ace face werkt nu als piccolo, Bell boy, in het dichtstbijzijnde hotel. Ironisch genoeg heeft Jimmy een jaar of wat daarvoor de ramen van datzelfde hotel ingeslagen. Dit was tijdens bijeenkomsten van duizenden mods op de pier van Brighton, rijdend op hun scooters. Het leidde uiteindelijk tot grote confrontaties met de rockers. Nu, enige tijd later (jaar, twee jaar) is er van die ace face niets meer over. In alles is Jimmy teleurgesteld geraakt, of heeft hij anderen moeten teleurstellen. Maar hij had nooit gedacht dat zijn mod-levenswijze hem teleur zou stellen. Want zo voelde deze uitverkoop van idealen door deze piccolo. Via de liner notes (geschreven vanuit Jimmy's perspectief) leren we dat hij vervolgens een boot steelt en er mee uit gaat varen. Hij is dan dronken en depressief. In het vijftiende nummer Doctor Jimmy leren we dat als de gin om de hoek komt kijken, dokter Jimmy en mister Jim als persoonlijkheden de overhand krijgen. Lang houdt Jimmy dit niet vol. Zijn verleden roept. Uit de zee ziet hij een rots opdoemen. Hij kan niet anders voor zijn gevoel dan hier naartoe te varen. Daar eenmaal aangekomen stort hij mentaal in elkaar. Met niets meer om voor te leven zoekt hij liefde, wat verwoord wordt in het slotlied Love reign o'er me.

Only love can make it rain
The way the beach is kissed by the sea.
Only love can make it rain
Like the sweat of lovers
Laying in the fields.

Love reign o'er me,
Love reign o'er me, reign o'er me.
En zo eindigt het verhaal van Quadrophenia voor Jimmy op de rots. De boot is afgedreven en nu rest Jimmy niets anders dan in de stromende regen zijn leven langzaam aan zich voorbij te zien gaan. Hij leert dat hij het totaal van zijn vier persoonlijkheden is. Het maakt hem wie hij is. "Schizophrenic? I'm bleeding Quadrophenic."

Thematiek

Elk van Jimmy's vier persoonlijkheden hoort bij één van de vier muzikanten van The Who. In de liner notes staan de karakters kort uitgelicht met de bijbehorende muzikanten erbij gevoegd:

- A tough guy, a helpless dancer (een stoere man, maar een hopeloze danser). Dit is het thema bij de zanger Roger Daltrey en komt terug in het achtste nummer Helpless dancer.
- A romantic, is it me for a moment? (een romanticus, "mag ik even?"). Dit is het thema van bassist John Entwistle en komt terug in het vijftiende nummer Doctor Jimmy.
- A bloody lunatic, I'll even carry your bags (een gestoorde gek, "ik zal zelfs je bagage dragen"). Dit kan niet anders of dit was het thema van drummer Keith Moon. En het dragen van tassen hoort uiteraard bij de piccolo uit het veertiende nummer Bell boy.
- A beggar, a hypocrite, love reign over me (een bedelaar, een hypocriet, "laat de liefde over mij neerdalen"). Dit thema is van gitarist, zanger en componist Pete Townshend en komt terug in het slotlied Love reign o'er me

Quadrophenia (Hammersmith Odeon)

De vier muzikale thema's starten in het eerste nummer I am the sea, waarin ze allemaal kort voorbij komen. Vervolgens worden die thema's met elkaar verbonden door de titeltrack Quadrophenia (3e nummer) en de voorlaatste track The rock. Deze nummers combineerden de vier thema's in instrumentale medleys van elk ongeveer zes minuten.
Quadrophenia bevat veel verschillende thema's. Je kunt hierbij denken aan het gevoel van erbij te willen horen; rebelleren tegen autoriteit, ouders etc; de innerlijke zoektocht naar zichzelf; de hang naar liefde, misschien zelfs universele liefde; en het spirituele en symbolieke thema van water als symbool van een nieuwe start, wat al het oude wegspoelt. Het album draait vooral om de zoektocht van Jimmy naar zichzelf. Hij is in de war door zijn gespleten persoonlijkheid en de wereld die hem de rug toe lijkt te hebben gekeerd. Niet alleen zijn ouders, vrienden, vriendin, maar ook de mods-levenswijze; het heeft hem allemaal in de steek gelaten. Hij komt uiteindelijk tot het inzicht dat zijn gespleten persoonlijkheid en alles wat hij heeft meegemaakt hem tot de persoon maakt wie hij is. Hij lijkt hiermee met zichzelf in het reine te komen.

De muziek

Het album Quadrophenia heeft geen bekende hits voortgebracht. Voor Top 40-muziekkenner zullen de meeste nummers dan ook onbekend voorkomen. En voor wie The Who kent van de radiohits: de muziek is duidelijk seventies rock. De nummers lijken in karakter meer op Won't get fooled again dan op hun sixties beatsound van nummers als My generation, I can't explain, of Substitute. De stadionvullende seventies rocksound wordt gemaakt met enkele kenmerkende eigenschappen voor de muziek van The Who. Zo is drummer Keith Moon heerlijk ruig en wild aan het spelen, wat je vooral terughoort aan de vele roffels die hij soms als salvo's laat doorkomen. Gitarist Pete Townshend hoor je soms molenwiekend tekeer gaan op zijn gitaar: soms moet het gewoon even ruig en kun je de gitaar niet liefkozen! Bassist John Entwistle is een echte rots in de branding. Hij zorgt voor lijn in de muziek. Maar hij is allesbehalve een saaie bassist: John speelt hele mooie versnellingen, een soort ornamenten op het gebouw van de muziek. Roger Daltrey laat wederom horen wat voor geweldige zanger hij is. Hij kan een powernummer die ruigheid in zang meegeven, maar tegelijkertijd kan hij heel mooi ingetogen zingen, zoals de passages in Love reign o'er me. Pete zingt zoals gebruikelijk ook bepaalde nummers, of soms een couplet of refrein. Hij zingt vaak de hoge noten. Zijn stem kan dat net aan, en heeft tegelijk iets kwetsbaars, iets fragiels. Het is vaak een mooie wisselwerking tussen Roger die wat stoerder klinkt en Pete die kwetsbaarder zingt. En soms is het net omgekeerd. Dat doen ze bijvoorbeeld in het nummer Sea and sand.

Quadrophenia (Jimmy op z'n GS scooter)

Om het verhaal van de rockopera te versterken is ervoor gekozen om enkele samples toe te voegen, of na te spelen. Zo hoor je in enkele nummers de zee terug. Uiteraard speelt een deel van het verhaal zich af aan de kust van Brighton, en daar hoort natuurlijk het ruizen van de zee en het breken van golven op de rotsen bij. Je hoort die samples in I am the sea, Sea and sand en Doctor Jimmy. Een ander belangrijk aspect zijn de rellen tussen de mods en rockers. Tijdens Cut my hair hoor je een verslag van die rellen van de BBC News (dit is overigens nagespeeld).

Een opera roept bij mij allerlei associaties op. Eén van die associaties is dat binnen een nummer soms een complete scene wordt vertolkt. En zoals dat gaat met een verhaal zit hier soms een andere opbouw in, dan wat je terug hoort in een standaard popnummer waarin je van couplet naar refrein, naar couplet en refrein gaat. Je moet meegenomen worden in een verhaal, daar zullen tempowisselingen, variaties tussen ruig en zacht, en emoties bij horen. Dat hoor je op Quadrophenia terug in enkele nummers, waaronder I've had enough. Dit nummer bevat emotie, ruige rauwe paasages, maar ook de supermelodische "love reign o'er me" fragmenten tot aan de country-achtige tokkel-begeleiding onder de opsomming van alle aspecten van Jimmy's leven waar hij genoeg van heeft gekregen.

De film Quadrophenia

14 mei 1979 ging de filmversie van Quadrophenia in première. De film was het regiedebuut van Franc Roddam. De film draait om de hoofdpersoon Jimmy, een mod, gespeeld door Phil Daniels. Andere acteurs uit de film zijn: Toyah Willcox, Mark Wingett, John Altman, Leslie Ash, Ray Winstone, Michael Elphick en Sting. Vooral de laatste acteur is voor muziekliefhebbers geweldig. De zanger, bassist van The Police die een prominente rol speelt in een verfilming van een album van The Who. Sting is Ace Face. De eens zo glorieuze leider van de mods die blindelings gevolgd werd door Jimmy. Maar dezelfde persoon die jaren daarna zijn kost zou verdienen als piccolo ("Bell boy") in een hotel. In mijn ogen speelt Sting zijn rol met verve.

Quadrophenia (acteurs)

Het verhaal is voor de film iets herschreven, dan wel aangevuld. Het is 1964 in Londen en Jimmy is een lid van de mods. Gedesillusioneerd door zijn ouders en een doodlopende baan op een reclamebureau, vindt Jimmy alleen een uitlaatklep voor zijn tienerangst bij zijn mod-vrienden Dave, Chalky en Spider. Een driedaagse vakantie geeft beide bendes (mods en rockers) een excuus om elkaar te treffen in het aan zee liggende Brighton. In het overbekende einde van de film lijkt het erop dat Jimmy zichzelf van een klif laat afdrijven als een vorm van zelfmoord. Hoewel Jimmy niet echt te zien is in deze scène, zie je de scooter door de lucht vliegen en op de rotsen te pletter slaan. Het geroezemoes over de eindscène van de film is grotendeels misplaatst, omdat de hoofdfiguur duidelijk in een oogwenk op de top van de klif te zien is, terwijl de scooter door de lucht zweeft. De openingsscène is inderdaad Jimmy die terugloopt naar de overhang vanaf de klif. Symbolisch gezien heeft hij de modcultuur bij het grof vuil gezet (en daarbij de scooter van de Ace Face). Bovendien zou een fataal einde in de film niet stroken met het verhaal in de liner notes van de rockopera uit 1973. Daarin komt Jimmy immers tot de conclusie dat hij het totaal is van zijn vier persoonlijkheden. Dit spirituele inzicht is de start voor een nieuwe fase. Het open einde in de liner notes is dan dat Jimmy gebonden was aan de rots in de branding, omdat hij zonder de boot de kust niet meer kan bereiken. Aan ons als luisteraars had Jimmy voldoende tijd om z'n verhaal te doen.

De film werd in 1979 vrij slecht ontvangen door de recensenten. Dit had vooral te maken vanwege de vele scenes waarin seks, geweld en drugs te zien waren. Daar kwam bij dat ze bang waren voor een verheerlijking van die zonden onder jongeren. Tegenwoordig ligt dat anders en wordt de film beschouwd als een cult-klassieker. De film had verder een grote invloed op de korte mod-revival in de muziek- en modewereld. Deze revival maakte de weg vrij voor een carrière voor bands als: Secret Affair, The Chords en The Lambrettas, die gebruik maakten van de populariteit van The Jam. Stings optreden in de film gaf zijn band The Police ook een positieve zet in de rug, terwijl hun muziek totaal niet in overeenstemming is met de traditionele mod-smaak.

Reacties en impact

In de Nederlandse albumlijst kwam Quadrophenia tussen medio december 1973 en januari 1974 niet hoger dan de 17e positie. In Amerika reikten ze tot en met de 2e positie. Daar kregen ze Goodbye Yellow Brick Road van Elton John niet verstoten. Het album wordt tegenwoordig alom beschouwd als een albumklassieker. Zo kwam het album op nummer 266 te staan in de lijst van 500 beste albums aller tijden van het tijdschrift Rolling Stone. Dit behaalden ze in 2003. Op Allmusic krijgt het album 5 van de 5 sterren en wordt het album omschreven als een van The Who's krachtigste statements.

Disclaimer

Als bronnen voor deze bespreking heb ik vooral de Nederlandstalige wikipedia pagina's bekeken over de rockopera Quadrophenia en over de filmversie. Daarnaast heb ik kort informatie bekeken over de mods versus de rockers op wikipedia. Een andere belangrijke bron vormde de liner notes van Quadrophenia zelf. De rest is vanuit mijn eigen parate kennis ontsproten. Uiteraard is veel eigen interpretatie of eigen mening.

  • Geef het album jouw waardering:
    0.0/5 Waardering (0 beoordelingen)

E-mail

Stuur een e-mail naar de auteur van dit artikel

Reacties (1)

  • Erik Welten

    Erik Welten

    14 augustus 2015 op 17:10 | #

    Leuk verhaal over Quadrophenia.
    En toch is er maar een Tommy! En dat is Tommy!

    Erik

    antwoord

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast U kunt hieronder inloggen