David Bowie - Hunky Dory

Nog voor Bowie grote successen vierde als Ziggy Stardust kwam hij met een waar meesterwerk voor de dag. Hunky Dory heeft alles wat een albumklassieker nodig heeft: pakkende nummers, goede teksten, fijn artwork en minimaal 1 waanzinnige klassieker

Inleiding

Het overlijden van David Bowie kwam voor vrijwel iedereen als een grote onaangename verrassing. Wie wist buiten een kleine groep intimi dat hij leed aan kanker? Wie begreep nou echt waar zijn album Blackstar over ging toen het uitkwam op zijn 69ste verjaardag, slechts 2 dagen voor z'n dood? Niemand van de recensenten legde het verband met een eventueel testament, wat dit album eigenlijk bleek te zijn. En velen hadden stiekem de hoop gehad, dat Bowie z'n opwachting zou maken bij de expositie David Bowie Is, die liep van 11 december 2015 tot en met 10 april 2016 in het Groninger Museum. We bleken er allemaal naast te zitten. Wellicht dat de schok van zijn overlijden daarom zo'n enorme impact had. Tuurlijk, dat had zijn overlijden sowieso wel gehad, maar het was nu nog intenser omdat werkelijk niemand dit zag aankomen en de spotlights zoals vanouds volop op Bowie gericht waren.

Net als bij iedere Bowie liefhebber stonden de dagen na het trieste nieuws geheel in het teken van de nagedachtenis aan een groot artiest, kunstenaar, muzikant. Het was voor mij reden genoeg om mijn geplande bezoek aan de expositie in het Groninger Museum te vervroegen en al zijn albums opnieuw te beluisteren. Iemand met een statuur als Bowie mag uiteraard niet ontbreken in het overzicht met albumklassiekers. In de loop van zijn carrière heeft hij genoeg albums uitgebracht die daarvoor in aanmerking komen. Ik heb voor nu gekozen om Hunky Dory te bespreken, puur om de reden dat dit mijn favoriete Bowie album is. Benieuwd wat dit album een waar meesterwerk maakt? Lees meer

Waarom David Bowie?

Bowie is wereldwijd enorm geliefd onder muziekliefhebbers. Hij heeft dan ook zoveel uitgebracht, en zo divers van aard, dat er altijd wel muziek tussen zit dat je aanspreekt. Er zullen maar weinig muziekliefhebbers zijn, die niets van Bowie moe(s)ten hebben. Toch duurde het bij mij vrij lang voordat ik de brille van Bowie doorhad. Ik associeerde zijn muziek teveel met de muzieksmaak van mijn moeder. Op zichzelf een hele goede muzieksmaak, maar daar zaten ook van die obligate artiesten tussen die je associeert met huismoeders die vroeger "verliefd waren" op zekere artiesten. Denk aan Rod Stewart. Maakte aan het begin van zijn carrière prima muziek, maar zijn stijl wijzigde sterk naar muziek dat goed in het gehoor lag bij de dames. Te gladjes, teveel gericht op die specifieke doelgroep. Het was niet stoer om die muziek goed te vinden als man. Die associatie had ik ook 'n beetje met Bowie. Ik kende de meeste van zijn hits van de radio, maar een heel album was mij onbekend. En omdat mijn moeder iets teveel liet blijken dat ze Bowie leuk vond, zonk mijn interesse in Bowie tot een bedenkelijk niveau.

In mijn vriendenkring heb ik vrienden die Bowie fantastisch vinden. Ik begreep dat in het begin niet helemaal. Ik moet toen ongeveer aan het einde van mijn tienerjaren zijn geweest. Maar deze vrienden bleken verder over een prima muzieksmaak te beschikken. Dat werd al snel duidelijk. Omdat je hun smaak op andere vlakken goed begrijpt, sta je toch meer open voor hun passie voor Bowie. Want als zij artiesten x, y en z goed vinden, die ik ook te gek vind, en zij vinden Bowie 'helemaal het einde' dan moet dat toch wel goede muziek zijn. Het idee dat ze er wel eens gruwelijk naast konden zitten, kwam niet in mij op. En als je dan eenmaal tot dat inzicht komt, kun je zonder verdere belemmeringen naar die muziek luisteren. Dat heb ik dan ook gedaan. Ik schafte al snel enkele albums van Bowie aan op vinyl. Uiteraard richtte mijn zoektocht zich in eerste instantie op de bekendste albums, zoals The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars, Heroes en Let's Dance. Maar één van mijn eerste aankopen was Diamond Dogs, met die bizarre hoes waarop Davids bovenlichaam geplaatst was op een onderlichaam van een hond. Ik vond dit een lastig album om goed te doorgronden. Was dit exemplarisch voor het oeuvre van hem? Rebel, Rebel was dan wel weer een bekend nummer, en wat voor één: tot op de dag van vandaag een favoriet. Maar de rest van het album vond ik lastig. Niet veel later schafte ik Hunky Dory aan. Die was meteen raak!

David Bowie

Wie David Bowie Is, had eigenlijk naar de gelijknamige expositie moeten gaan die t/m 10 april 2016 in het Groninger Museum draaide. Of je moet nog ergens tussen 14 juli tot en met 13 november naar het Museo d’Arte Moderna di Bologna in Italië, de (voorlopig) laatste Europese locatie. David Bowie werd geboren in Londen op 8 januari 1947 als David Robert Jones. Hij groeide op in Bromley, in het zuidoosten van Londen. Tijdens een vechtpartij met een vriend, toen David vijftien jaar was, raakte zijn linkeroog beschadigd. Het zou uiteindelijk lijden tot een bruine verkleuring van zijn linkerooglens. Die week af van de blauwe rechterooglens. Het werd één van zijn handelsmerken. Aanvankelijk was hij in de jaren zestig saxofonist en zanger in verschillende Londense bluesbandjes, zoals The Lower Third, de Konrads en de King Bees. In 1966 koos hij David Bowie als artiestennaam, omdat er al een Davy Jones was, de zanger van The Monkees. De achternaam Bowie is geleend van James Bowie, naar wie het bowiemes genoemd zou zijn.

David Bowie verwierf zijn eerste bekendheid met het nummer Space Oddity in 1969, dat samenviel met de eerste maanlanding en gebaseerd was op Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey. De single was afkomstig van zijn tweede album. Zijn eerste twee albums waren in eerste instantie geen groot succes. Beide albums werden in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht met de titel David Bowie, wat tot de nodige verwarring leidde. In 1972 werd het tweede album opnieuw uitgebracht als Space Oddity. Daarmee haalde het album zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk de Top 20. In 1970 bracht Bowie The Man Who Sold the World uit, waarbij hij de akoestische gitaar voor een zwaarder rockgeluid verruilde, verzorgd door onder andere gitarist Mick Ronson. De hoes van The Man Who Sold the World was opvallend, omdat Bowie te zien was in een elegante jurk. Het was een van de eerste tekenen van de exploitatie van zijn androgyne uiterlijk. Zijn volgende album, Hunky Dory (1971), staat centraal in dit artikel. Daarover later meer informatie.

Davids androgyne verschijning werd verder doorgevoerd op zijn volgende album The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972). Het album werd zowel commercieel als artistiek een succes. Ziggy Stardust is een van 's werelds bekendste conceptalbums en verhaalt over de carrière van de buitenaardse rockzanger "Ziggy Stardust". Het album valt te beschouwen als een reactie op zijn eigen beroemdheid en het conflict tussen zijn eigen idealen en de realiteit van het leven als grote ster. Dit thema werd verder doorgevoerd op het album Aladdin Sane (1973) met de hit The Jean Genie. De muziekstijl van Ziggy is te typeren als glamrock. Bowie voerde het personage Ziggy Stardust tot in het extreme door. Hij toerde en gaf persconferenties als Ziggy. Hier kwam een plotseling einde aan toen Ziggy abrupt en dramatisch zijn leven als rockzanger beëindigde tijdens een liveconcert in het Londense Hammersmith Odeon op 3 juli 1973. Bowies volgende twee albums waren muzikaal gezien voortzettingen van de Ziggy-Stardustperiode: het jaren zestig cover-album, Pin Ups (1973) en het ambitieuze en futuristische Diamond Dogs (1974).

In 1975 veranderde Bowie zijn imago drastisch, zowel artistiek als qua uiterlijk. Hij was te zien in zijn eerste commerciële film, The Man Who Fell To Earth als alien die van zijn planeet naar de Aarde was gereisd om zijn planeet te redden, maar hier in de problemen kwam. Zijn eerste werk na deze zet was de dansbare soulplaat Young Americans. Op dit album staat het nummer Fame, een duet met John Lennon. Dit werd zijn eerste Amerikaanse nummer één-hit. Ondertussen had Bowie zich gevestigd in Los Angeles en gebruikte veel drugs, vooral cocaïne. Op het album Station To Station (1976) introduceerde hij een nieuw en controversieel personage, genaamd The Thin White Duke, een gladde, koude, typisch Britse aristocraat. Het album kenmerkt zich door een kil new wavegeluid, vermengd met enkele funk- en disco-invloeden. Sommigen horen ook de invloed van Bowies zwaar toegenomen drugsgebruik in vooral het titelnummer, anderen zien in het album eerder toespelingen op occulte zaken, met name op de kabbalistische boom des levens (Kether en Malkut zoals ze in de tekst van het titelnummer voorkomen zijn namen van sefirot -stations- van de boom des levens).

Na dit album verhuisde Bowie naar Berlijn, deels om van zijn overmatig drugsgebruik af te komen en deels vanwege zijn groeiende interesse in de Duitse muziekscene. Hier begon de samenwerking met inspirator Brian Eno. Bowie produceerde in deze tijd zelf ook enkele artiesten, waaronder Iggy Pop. Het Iggy Pop-album The Idiot heeft opvallend veel Bowie-invloeden. Alle drie de Berlijnse albums werden invloedrijk: Low (1977), Heroes (1977) en Lodger (1979). Alle drie de albums waren doorspekt met gewaagde artistieke experimenten en instrumentale nummers.

In 1980 kwam er een eind aan de Berlijnse jaren van Bowie. Met Scary Monsters... and Super Creeps keek hij terug op zijn eigen carrière en met de single Ashes To Ashes had hij weer een grote hit en rekende hij af met Major Tom die een junk was geworden. Het album was zowel muzikaal als tekstueel veel directer dan de voorgaande albums. In 1981 had hij samen met Queen een nummer 1-hit met Under Pressure. Het duurde tot 1983 voor David Bowie een nieuw album uitbracht. Het toegankelijke album Let's Dance en de bijbehorende hitsingles China Girl en het titelnummer werden enorme commerciële successen die Bowie tot superster maakten. Het album werd geproduceerd door Nile Rodgers (Chic) en alle singles werden voorzien van videoclips die op de in deze jaren nieuwe zender MTV vaak te zien waren. De opvolger Tonight (1984) evenaarde slechts gedeeltelijk het succes van Let's Dance. Het succes kwam deels door het van Iggy Pop teruggeleende Tonight, een duet met Tina Turner. Het jaar daarop had Bowie toch weer een nummer 1-hit met This Is Not America, met de Pat Metheny Group. Dit nummer kwam uit de film The Falcon and the Snowman. Later dat jaar had hij weer een nummer 1-hit. Deze keer vertolkte hij samen met Mick Jagger de Martha Reeves & the Vandellas-hit, Dancing in the Street, opgenomen in het kader van Live Aid. In 1987 kwam het volgende album van Bowie uit, Never Let Me Down. De plaat werd door iedereen de grond in geboord. De begeleidende Glass Spider Tour was commercieel wel een succes.

In 1988 vormde Bowie, voor het eerst sinds de jaren zestig, een rockband, genaamd Tin Machine. Tin Machine was een viertal, waar naast Bowie gitarist Reeves Gabrels, bassist Tony Sales en drummer Hunt Sales in zaten. Tin Machine bracht in 1989 het album Tin Machine uit, waarbij Bowie zijn wens liet blijken om weer muziek te maken voor zichzelf en niet voor de massa. In 1991 verscheen het album Tin Machine II. Door de critici werd dit album evenals de voorganger met gemengde gevoelens ontvangen. Moe van het oeverloos herhalen van zijn grootste successen, wilde hij deze tijdens de Sound + Visiontour voor de laatste keer live ten gehore brengen. In deze tournee was een grote rol weggelegd voor gitarist Adrian Belew, met wie hij ook het duet Pretty Pink Rose had opgenomen. In 1992 trouwde Bowie met voormalig fotomodel Iman Abdulmajid. Speciaal voor de huwelijksceremonie schreef Bowie een aantal instrumentale nummers, die in 1993 op het album Black Tie, White Noise verschenen. Het album was wederom geproduceerd door Nile Rodgers, en een cover van Creams I Feel Free met Mick Ronson op gitaar en de hitsingle Jump They Say, met als thema de zelfmoord van zijn halfbroer Terry. In 1995 kwam Bowie terug met 1. Outside, waarbij hij opnieuw samenwerkte met Brian Eno. Het album werd omschreven als een vreemd, conceptueel en moeilijk toegankelijk album. Het staat vol met gelezen fragmenten over moord, marteling en andere gruweldaden en daartussen staan de nummers. Het nummer Hallo Spaceboy werd in 1996 in de remix van de Pet Shop Boys (inclusief verwijzingen naar Major Tom) een bescheiden hit. Voor het eerst sinds Scary Monsters had Bowie ook de critici weer aan zijn zijde. Het in 1997 verschenen album Earthling haakte aan bij de toen hippe junglemuziek.

De albums …hours (1999), Heathen (2002) en Reality (2003) lieten een terugkeer zien naar de singer-songwriterperiode van Hunky Dory. Deze drie albums werden door velen gezien als een trilogie. Tussen 2004 en 2013 leek Bowie zich vooral bezig te houden met zijn gezin en bemoeide hij zich muzikaal vooral met het opnieuw uitbrengen van ouder materiaal of het meewerken aan opnamen van andere artiesten, zoals de Amerikaanse band TV on the Radio en het debuutalbum van de als actrice bekende Scarlett Johansson. Af en toe trad hij nog live op of was hij te zien in een film. Verder bezocht hij met zijn vrouw Iman regelmatig het New Yorkse uitgaansleven. Op 8 maart 2013 kwam het album The Next Day uit. De eerste single uit dat album, Where Are We Now?, kwam onaangekondigd uit in de vroege ochtend van 8 januari 2013, Bowies 66e verjaardag. The Next Day werd opgenomen in New York en geproduceerd door Tony Visconti. The Next Day zorgde wereldwijd voor een nieuwe golf van belangstelling voor Bowies muziek, films en kunst. De artwork van het album is een verwijzing naar Heroes, waarbij een wit vlak grotendeels de originele cover bedekt en de titel Heroes doorgestreept is en vervangen door The Next Day. Het is symbolisch voor een nieuwe start, niet blijven hangen in het verleden. En toch deed de sound enigzins terugdenken aan de Berlijnperiode.

Op 8 januari 2016 (zijn 69ste verjaardag) bracht Bowie zijn laatste studioalbum uit, getiteld Blackstar (gestijld als ★). De musici met wie Bowie jarenlang had samengewerkt, waren vervangen door jazzmusici wat duidelijk terug te horen is op het album. Amper twee dagen later, op 10 januari 2016, overleed Bowie in New York. Zijn dood was voor de media en fans onverwacht. In de zomer van 2014 was al ontdekt dat Bowie leed aan leverkanker, maar Bowie had zijn ziekte volledig buiten de publiciteit gehouden. Voor muziekcritici werd pas na het overlijden van Bowie duidelijk dat op het album Blackstar een groot aantal concrete verwijzingen naar zijn aanstaande overlijden was verwerkt in de tekst van de nummers, de vormgeving van de albumhoes en de videoclips. Vooral de clip bij het nummer Lazarus kan bij nader inzien als een soort zwanenzang worden beschouwd.1

Albumbespreking

Hunky Dory is het vierde album van David Bowie. De titel betekent zoveel als ´ik voel me prima´. Het album werd in de zomer van 1971 opgenomen in de Trident Studios in Londen. David was op dat moment nog zonder platencontract. RCA Records in New York hoorde de tapes en sloot met Bowie een platencontract voor drie albums op 9 september 1971. Hunky Dory werd op 17 december 1971 uitgebracht. De albumcover werd ontworpen door George Underwood. Deze was beïnvloed door een Marlene Dietrich fotoboek dat Bowie met zich mee had gebracht naar de fotoshoot.2 We zien een afbeelding van David waarop hij lippenstift lijkt te dragen en geblondeerd haar heeft. Zijn ogen lijken haast dezelfde kleur blauw te hebben. David kijkt op de foto schuin naar boven (voor hem rechtsboven). Met zijn handen lijkt hij zijn hoofd van achteren enigzins te ondersteunen. De hoesfoto is niet scherp. Het lijkt wel of je korrelige pixels ziet. De kleuren zijn daardoor ook niet uitgesproken. Op de achterzijde van het album zien we David in een andere pose. Hij is van onderaf gefotografeerd en in sepia afgebeeld. Duidelijk zichtbaar heeft hij een baggy broek aan en een wit shirt. De tracklist is met de hand geschreven. Het mooie is dat er extra toevoegingen bij staan. Zo staat er bij Life On Mars? "inspired by Frankie" waarmee hij Frank Sinatra bedoelde. Bij track 5, Kooks, staat "for small Z.", waarmee zijn zoon Zowie Bowie aanduidde. Deze handgeschreven tracklist door David geeft het een hele persoonlijke touch.

Hunky Dory

Trevor Bolder had bij de opnames Tony Visconti als bassist vervangen. De band die Hunky Dory inspeelde zou het jaar erop bekend worden als Ziggy Stardust's Spiders From Mars. Een andere debutant was de producer Ken Scott, die daarmee Tony Visconti als producer verving. Bij de credits staat vermeld dat Ken Scott geassisteerd werd door de acteur. Met die acteur werd uiteraard David Bowie zelf bedoeld, die zichzelf naast muzikant ook als acteur zag.
De complete lijst met personeel is als volgt:
David Bowie – zang, gitaar, alt en tenor saxofoon, piano in Oh! You Pretty Things, Eight Line Poem en The Bewlay Brothers
Mick Ronson – gitaar, zang, Mellotron, arrangementen
Rick Wakeman – piano
Trevor Bolder – basgitaar, trompet
Mick Woodmansey – drums
Bij de credits geeft David blijk van bescheidenheid en humor als hij zijn bijdrage aan de muziek als volgt omschrijft: "I played some guitar, the saxophones and the less complicated piano-parts. (inability)"

Tracklist:

Kant A:
1. Changes (3:37)
2. Oh! You Pretty Things (3:12)
3. Eight Line Poem (2:55)
4. Life On Mars? (3:53)
5. Kooks (2:53)
6. Quicksand (5:08)

Kant B:
1. Fill Your Heart (Biff Rose, Paul Williams) (3:07)
2. Andy Warhol (3:56)
3. Song For Bob Dylan (4:12)
4. Queen Bitch (3:18)
5. The Bewlay Brothers (5:22)

Hunky Dory

Muziekstijl en thema's

Qua muzikale stijl lijkt Hunky Dory op het eerste gehoor een terugkeer naar de singer-songwriter stijl van Space Oddity. Het heeft een vleug van easy-listening over zich en een bijna conventionele muzikale sound. Als buitenstaander vind ik het zelf vrij Engels klinken. Het muzikale landschap van Hunky Dory brengt mij bijna automatisch naar een soort Victoriaans Engeland. Het is daarom misschien ook niet zo vreemd dat sommige nummers bijna folkloristisch aandoen. Dit geluid wordt vooral gecreëerd door de prominente rol van het cleane geluid van de elektrische gitaar, de akoestische gitaar die bijvoorbeeld in Andy Warhol te horen is, en de piano die op elk nummer te horen is en menigmaal een hoofdrol voor zich opeist. Bij een nadere beluistering hoor je dat er in het album verschil zit tussen enkele rustigere luisternummers als Fill Your Heart en enkele stevigere nummers zoals Song For Bob Dylan. Wat Hunky Dory voor mij zo'n eigen geluid geeft is misschien wel het beste op te hangen aan deze ode aan Bob Dylan. Je hoort het elektrische gitaarspel van Mick Ronson, dat erg clean blijft. Distortion is ver te zoeken (slechts op Queen Bitch een vleugje). Tegelijkertijd speelt Rick Wakeman (die we vooral leerden kennen als toetsenist van de symfonische progrockband Yes) een stevige pianopartij waarbij veel uitgesproken noten te horen zijn. Dit alles wordt in goede banen geleid door een stevige drumpartij. Ik vind het bijzonder knap dat deze drie instrumenten samen zo goed samengaan en, in dit geval, een stevig nummer creëren terwijl je dit juist zou verwachten bij gitaristen die zich bedienen van distortion en waarbij de piano geheel afwezig is. Tenslotte is David als zanger ook uiterst belangrijk voor het geluid van Hunky Dory. Zijn zang wijkt niet af van zijn eerdere werk. Het valt vooral op dat hij redelijk hoog zingt. Later zou hij op advies van Iggy Pop aanzienlijk lager gaan zingen. Dit vertelde saxofonist Yuri Honig nog in de DWDD-uitzending van 11 januari 2016.

De openingstrack Changes zou één van de grootste hits van het album worden. Het nummer handelt over het dwangmatige karakter van artistieke vernieuwing. "Strange fascination, fascinating me / Changes are taking the pace I'm going thru". Hij zet zich af tegen de rock mainstream, wat totaal geen aantrekkingskracht op hem leek te hebben. "Look out you rock 'n' rollers". Desondanks nam David uitgebreid de ruimte op het album om zijn respect te betuigen voor enkele van zijn voorbeelden getuige de nummers Song For Bob Dylan, Andy Warhol en Queen Bitch wat geïnspireerd was op The Velvet Underground.

De tekst van Oh! You Pretty Things is geen standaard popsong-tekst. Integendeel. Het handelt over een thema, waar de meeste mensen nooit over zouden nadenken. De mensen, de homo sapiens, maken plaats voor een nieuw mensenras, de zogenaamde homo superior. Een superieur ras. Deze tekst is geïnspireerd op denkbeelden van Friedrich Nietzsche. Uiteraard is dat nieuwe ras, de jongste generatie kinderen, die niet langer begrepen worden door hun ouders. Het is algemeen bekend dat de kinderen van de jaren zestig en zeventig zich heftig afzetten tegen hun ouders, die de Tweede Wereldoorlog bewust hadden meegemaakt en de naoorlogse arme jaren van wederopbouw. De verschillende jeugdculturen die gekenmerkt werden door allerlei gedrag van verzet tegen hun ouders (de kleding, de muziek die gemaakt werd, de lange haardracht, het in verzet komen tegen autoriteiten, enz.). Uiteraard zijn deze kinderen in Bowies ogen de Pretty Things ('de mooie dingen'). "Look out at your children / See their faces in golden rays / Don't kid yourself they belong to you / They're the start of a coming race". Het nummer wordt gevolgd door Eight Line Poem wat ook daadwerkelijk een achtregelig gedicht is.

Een albumklassieker moet in mijn ogen minimaal 1 nummer bevatten dat op zichzelf staand al een klassiekerstatus dient te hebben. Zo'n nummer is Life On Mars? De muzikale opbouw van dit nummer is werkelijk schitterend. Het heeft veel weg van een musicalnummer. Het heeft dezelfde orkestrale opbouw waarbij heel duidelijk naar een tekstueel en muzikaal hoogtepunt toegewerkt wordt. Het arrangement is dan ook prachtig voorzien van strijkers. De bombastische uitbarstingen worden voorafgegaan door akkoorden die zwaarder worden aangezet en David die z'n tekst "Life On Mars" kracht bij zet en flink de hoogte in gaat. De tekst is behoorlijk abstract. In de basis gaat het over een meisje dat een film gaat kijken nadat ze een woordenwisseling heeft gehad met haar ouders (hé, waar zagen we dit generatieconflict al eerder?). De film eindigt met de regel "Is there life on Mars?" Later zou David Bowie er zelf over hebben gezegd dat het meisje teleurgesteld was in de realiteit van alledag. Ook al weet ze dat ze in die saaie realiteit verder moet leven, ergens heeft ze het gevoel dat er een grootser leven elders moet zijn, en ze is dan ook ontzettend verdrietig dat ze daar geen toegang tot heeft. Buiten dit centrale thema zit er ook een ontzettend leuke verwijzing naar John Lennons Working Class Hero in verwerkt. "Now the workers have struck for fame / 'cause Lennon's on sale again". Bowie kwam met dit nummer nadat Frank Sinatra een wereldwijd grote hit had met My Way, geschreven door Paul Anka. Deze laatste had de rechten gekocht van het oorspronkelijk Franse nummer Comme d'Habitude. In eerste instantie had Bowie hier een tekst voor geschreven die hij vreselijk vond "So I wrote this god awful lyric. It was dreadful". David zong de lyrics zelf in, maar de publisher die hem gevraagd had dit nummer te vertalen wees het af. Die vroeg vervolgens Paul Anka die er voor Sinatra zo'n grote hit van maakte. Uit frustratie schreef Bowie Life On Mars?. Het nummer gebruikt praktisch hetzelfde akkoordenschema als My Way. Vandaar dus ook de ironische vermelding bij de tracklist "inspired by Frankie".3

Het nummer Kooks is opgedragen aan Davids, op 30 mei 1971 geboren, zoon Zowie, wiens volledige naam Duncan Zowie Heywood Jones is. Zowie zou later als Duncan Jones bekend worden en filmregisseur worden. Het is een vrij lief aandoenlijk liedje. David was klaarblijkelijk een beetje week geworden na de geboorte van z'n zoon. Kooks is in ieder geval een groot contrast met het laatste nummer van kant A, Quicksand. Dit nummer heeft volgens sommigen raakvlakken met het thema occultisme. Dat zal mede komen door de vermelding van de naam Crowley in de tweede zin. Aleister Crowley (1875 - 1947) was een bekend occultist en grondlegger van Thelema. Thelema (Grieks: Θελημα voor wil of intentie) is een occulte filosofie waarin de Wil heilig is en alle handelingen die intentioneel geschieden in meerdere of mindere mate als magisch beschouwd worden. Maar ook de vermelding van de orde van de Golden Dawn in de openingszin, is een duidelijke verwijzing naar occultisme. Deze orde was gewijd aan de studie en praktijk van het occultisme, metafysica en paranormale activiteiten gedurende de late 19e en begin 20ste eeuw. Praktijken als wicca en de thelema zijn er mede op geïnspireerd. Een ander thema is dat van de Übermensch van Nietzsche. "I'm not a prophet or a stone age man. Just a mortal with potential of a superman". Maar waar Bowie nou daadwerkelijk naar toe wil met dit nummer? Misschien zijn het de vele gedachten bij Bowie die hem net als ons luisteraars doen verwarren. "I'm sinking in the quicksand of my thought; And I ain't got the power anymore."

Fill Your Heart is een cover van Biff Rose en Paul Williams. Het nummer gaat onder andere over vrijheid; vrijheid van gedachten. Vrijheid die je vooral krijgt door liefde. Het is een vrij lang nummer (7.02 minuten) met een zeer vrolijke noot. Het pianospel is opgewekt net als de saxofoonpartij en het strijkersarrangement. De muziek gaat dus erg goed samen met de tekst.

De drie volgende nummers waren odes aan artiesten. De eerste, Andy Warhol, is uiteraard een ode aan Warhol. Het nummer refereert vooral aan Warhols werk als cineast. Naar verluid moest Andy niets hebben van dit nummer; hij had er een hekel aan. In het echt hebben David en Andy elkaar slechts eenmaal ontmoet. Van die ontmoeting zijn opnames gemaakt, die te zien zijn bij de expo David Bowie Is. Ik vind het nummer zelf erg fijn. Vooral het refrein "Andy Warhol looks a scream (...)" dat meerdere zanglagen heeft vind ik mooi klinken. Dat in combinatie met het ietwat opzwepende akoestische gitaarspel maakt dit tot een fijn nummer. Song for Bob Dylan gaat uiteraard over Robert Zimmerman. Queen Bitch was Bowies ode aan The Velvet Underground. Het nummer bevat een heerlijke gitaarriff gespeeld door Mick Ronson. Volgens sommigen leek deze riff op Sweet Jane van The Velvet Underground, maar het was in feite ontleend aan Eddie Cochrans Three Steps to Heaven. Toch is de gelijkenis met Sweet Jane niet zo heel gek bedacht. Deze muziekstijl lijkt het meest op de glamrock die we later van Bowie zouden leren kennen op zijn The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars LP.

Het laatste nummer, The Bewlay Brothers, is één van de mooiste tracks van het album. Een ballad dat erg Amerikaans aandoet. Volgens Bowie was dit nummer ook bedoeld voor de Amerikaanse markt. Maar waar het nummer over gaat? In 2008 zei Bowie over dit nummer: "I wouldn't know how to interpret the lyric of this song other than suggesting that there are layers of ghosts within it. It's a palimpsest (een hergebruikt stuk perkament - RM), then."4

Receptie

Hunky Dory haalde in 1972 de derde positie in de albumlijst van Groot-Brittannië. Dit was pas nadat Ziggy Stardust zo'n immens succes was geweest. Daaropvolgend bracht label RCA in 1973 Life on Mars? uit als single. Ook dit nummer haalde de 3e positie. In de Nederlandse album top 100 behaalde Hunky Dory geen notering. Ook deden de singles Changes en Life on Mars? niets in de Nederlandse Top 40. Tegenwoordig wordt Hunky Dory gerekend tot het beste werk van Bowie. Dit blijkt o.a. uit de notering in het werk 1001 Albums van redacteur Robert Dimery. Verder haalde het in 2003 de 107e positie in Rolling Stones' lijst van 500 beste albums allertijden. In de jaarlijkse Top2000 van NPO Radio 2 staat het album met twee tracks vertegenwoordigd, het al eerder genoemde Changes en natuurlijk Life on Mars?.

Nummer met notering(en)
in de NPO Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14 '15
Changes - - - - - - - - - - - - - - - - 1541
Life on Mars? - - - - - - 1171 901 727 1261 653 698 738 649 482 477 570

Voetnoten

1 Wikipedia, 'David Bowie' (geraadpleegd 30-01-2016; https://nl.wikipedia.org/wiki/David_Bowie).

2 Wikipedia, 'Hunky Dory' (geraadpleegd 30-01-2016; https://en.wikipedia.org/wiki/Hunky_Dory).

3 Songfacts, 'Life On Mars? by David Bowie' (geraadpleegd 31-01-2016; http://www.songfacts.com/detail.php?id=4973).

4 Bowie, David. (2008). "DAVID BOWIE: I went to buy some shoes - and I came back with Life On Mars", The Daily Mail, 28 June 2008. Uit: Wikipedia, 'The Bewlay Brothers' (geraadpleegd 14-02-2016; https://en.wikipedia.org/wiki/The_Bewlay_Brothers).

  • Geef het album jouw waardering:
    5.0/5 rating 1 vote

E-mail

Stuur een e-mail naar de auteur van dit artikel

Reacties (2)

  • Marion

    Marion

    14 februari 2016 op 15:06 | #

    Dat heb je weer prachtig omschreven.

    antwoord

  • Jeroen

    Jeroen

    14 februari 2016 op 17:40 | #

    Mooi stuk over ook mijn meest favorite Bowie album. Een ware ode aan een van de meest artistieke muzikale artiest van de afgelopen 50 jaar. De expositie van Bowie, die ik met jou bezocht heb, was groots en indrukwekkend. Het gaf een goed beeld van de muzikale kunstenaar, die Bowie was. Een man die zowel in zijn muziek, dan wel als persoon vele veranderingen liet zien. En zoals nu blijkt naar zijn eigen sterfelijkheid heeft toegewerkt, met nog een muzikaal meesterwerk.

    antwoord

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast U kunt hieronder inloggen